De staalfabriek van Dnjepr

Oekraïne

De Donetsk, ooit de tiende provincie van België

Anderhalve eeuw geleden waren het geen Russische soldaten, maar Belgische ingenieurs en industriëlen die Oekraïne overspoelden. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden in het Donetsbekken in het toenmalige zuiden van Rusland namelijk rijke steenkooladers aangeboord.

24 februari 2022

Delen op Facebook Delen op Twitter

Dat blijkt onder meer uit het boek 'L'industrie Belge dans la Russie des tsars' dat weliswaar in 1999 verscheen, maar vandaag actueler is dan ooit. Wim Peeters en Jérôme Wilson beschrijven in hun werk hoe het zuiden van Rusland, het huidige Oekraïne, eind negentiende eeuw overspoeld werd door goudzoekers, namelijk honderden Belgische bedrijven.

Cockerill en de tsaren

Onder meer Eugène Sadoine, directeur van de firma Cockerill, had een buitenkansje geroken toen de ijzer- en steenkoolvoorraden kwamen bloot te liggen in de Donetsk. Dat de staalgigant uit Seraing als een van de eersten op de trein sprong, was geen toeval. De Cockerills waren al lang geen onbekenden meer voor de Russische tsaren.

Vader William Cockerill ontvluchtte het economische ontij in zijn thuisland Engeland en wierp zich in 1794 in de armen van tsaar Catharina II om de Russische economie te moderniseren, een avontuur dat eindigde toen haar zoon Paul de macht overnam. William Cockerill strandde uiteindelijk in Verviers waar hij de aan de wieg stond van de industriële revolutie in België.

Zijn zoon John Cockerill (foto) trad in zijn voetsporen, maar zag het iets groter: hij stampte de ijzerfabriek in Seraing uit de grond. Toen zijn imperium in 1839 begon te wankelen, trok hij naar tsaar Nicolaas I in Sint-Petersburg in de hoop zijn ijzerfabriek van de financiële ondergang te redden. Cockerill overleed echter in 1840 in Warschau terwijl hij onderweg was naar zijn Russische redder.

Na de dood van zijn oprichter bleef het bedrijf Cockerill zaken doen met de Russen. Sinds 1854 baatte het bedrijf er twee scheepswerven uit, eentje in Tioumen, de andere in Sint-Petersburg. Cockerill stortte zich vol overgave op de uitbating van de steenkoolmijn Almazna en richtte samen met de Warsaw Steel Company in 1886 de Société Métallurgique Dniéprovienne du Midi de la Russie op. 

IJzermijn

De Russische tak van Cockerill bemachtigde een concessie op de ijzermijn van Krivoï Rog (foto). In de uitgestorven steppes van Yenakiyeve rees een gigantische staalfabriek uit de grond die tot op vandaag actief is en in de Volksrepubliek Donetsk ligt, de omstreden republiek die de Russische president Vladimir Poetin in februari 2022 erkend heeft.

Russisch Seraing

Ook in het dorpje Kamyanske, in de oblast Dnjepropetrovsk, kreeg Cockerill voet aan de grond. Daar bouwde het bedrijf de staalfabriek van Dnjepr waar de eerste hoogoven in 1889 werd opgestart. Ook deze hoogovens zijn tot op vandaag operationeel.

In plaats van een oorlogszone vormde de vallei van de Donetsk eind negentiende eeuw de tiende provincie van België dat al snel de bijnaam 'Russisch Seraing' kreeg.

Niet alleen de Luikse staalboeren trokken naar het Russische eldorado. Maison Coppée, een constructeur van cokesovens die ook in het Limburgse mijnbekken actief was, bouwde er alles samen zevenduizend cokesovens.

Broederstad van Charleroi

Ook in Charleroi roken ze kansen. In de havenstad Marioepol trok la Providence een staalfabriek op, vandaag de 'Ilyich Iron and Steel works of Mariupol' die nog altijd ruwijzer produceert. De staalarbeiders van het huidige Metinvest slaagden er in 2014 in om Kremlingetrouwen uit hun stad te verjagen. Bij de Russische inval in 2022 werden de hoogovens voorlopig in conservatiemodus geplaatst. 

De expansie van anderhalve eeuw geleden verklaart waarom Charleroi nog altijd verbroederd is met de stad Donetsk. Maar in tegenstelling tot de staalarbeiders uit Marioepol, trekken de mijnwerkers uit Donetsk de kaart van de pro-Russische separatisten. Ze kwamen in 2014 op straat om de afscheuring te eisen van Oekraïne. Sindsdien heeft Charleroi geen contact meer met zijn broederstad.

Zeepbel

België werd de grootste investeerder in Rusland en op de Brusselse beurzen werden winsten geboekt waar cryptobeleggers alleen maar van kunnen dromen. In 1900 spatte de zeepbel uit elkaar toen de Russische autoriteiten grote infrastructuurwerken stillegden, wat de staalprijzen (en de aandelen) deed kelderden.

Ondanks de crash waagde de Antwerpse bankier Edouard Thys het nog zijn geld in de Tramways de Kiev te pompen, waardoor er Pullman-stellen over de sporen van Kiev rammelden. De tramstellen werden onder meer gebouwd door de Société Anonyme des Usines Raghen in Mechelen.

De Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie van 1917 onder leiding van Vladimir Lenin joegen Cockerill en co voorgoed weg uit Rusland. Van ‘Russisch Seraing’ was niet langer sprake en zelfs de Russische stempel verdween in 1991 een tijdlang uit beeld bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Oekraïne absorbeerde de Donetskregio, de industriële motor van het land, maar met de hulp van het Russische leger werd in 2014 de Volksrepubliek Donetsk uitgeroepen. 

Staal en steenkool

De niet-erkende republiek ontleent haar identiteit vooral aan de steenkool- en staalindustrie van weleer, terwijl Almazna nog altijd op een van de grootste steenkoolreserves van Oekraïne zit, goed voor 73 miljoen ton. 

Met de Russische inval in Oekraïne eind februari 2022 wil Vladimir Poetin eerder stof doen opwaaien op het wereldtoneel dan dat het hem te doen is om de bodemrijkdommen. Toch betekende de afscheiding van de Donetsk en Luhansk in 2014 een streep door de rekening voor de Oekraïense economie. De steenkool- en staalindustrie was tot dan verantwoordelijk voor een kwart van de industriële productie van het land. 

Delen op Facebook Delen op Twitter

Meer artikels over